Introductie
Stel je een wijn voor die de ziel van een ruig, groen hart van Italië in elke druppel vangt: dat is Sagrantino. Dit inheemse druivenras uit Umbrië, een regio die vaak wordt overschaduwd door zijn Toscaanse buurman, is een ware krachtpatser, een wijn die vraagt om aandacht en respect. Sagrantino is geen verlegen muurbloempje; het is een uitgesproken, diepgekleurde wijn met een onmiskenbaar karakter, gekenmerkt door een zeldzame combinatie van intensiteit, tannine en een levendige zuurgraad. Het is de trots van Montefalco, de plek waar het zijn meest authentieke en beroemde expressie vindt.
Wat Sagrantino zo bijzonder maakt, is zijn compromisloze aard. Het is een druif die de grenzen opzoekt van wat een rode wijn kan zijn: vol van body, met een structuur die de mond vult en een aromatische complexiteit die blijft nazinderen. Hoewel Sagrantino ooit bijna was uitgestorven, hebben visionaire wijnmakers het in de afgelopen decennia met succes teruggebracht van de rand van de vergetelheid. Ze hebben het getransformeerd van een lokale curiositeit tot een van Italië’s meest gewaardeerde en langlevende rode wijnen, een ware ambassadeur van het Umbriaanse terroir.
Deze druif levert wijnen die niet alleen indruk maken met hun jeugdige kracht, maar ook een opmerkelijk potentieel voor rijping bezitten. Met de jaren evolueren de robuuste tannines naar een zijdezachte elegantie, en de primaire fruitaroma’s maken plaats voor een complexe symfonie van tertiaire noten. Sagrantino is een wijn voor de avontuurlijke drinker, voor wie op zoek is naar authenticiteit en een diepe verbinding met de geschiedenis en het landschap van Umbrië.
Oorsprong & Geschiedenis
De geschiedenis van Sagrantino is net zo rijk en gelaagd als de wijnen die ervan gemaakt worden, geworteld in de vruchtbare heuvels van Umbrië. Hoewel de exacte herkomst gehuld is in de mist van de tijd, wordt algemeen aangenomen dat Sagrantino een inheemse druif is van deze centraal-Italiaanse regio, met name rond de historische stad Montefalco. Wetenschappelijke analyses, waaronder DNA-profilering, hebben bevestigd dat Sagrantino genetisch uniek is en geen directe verwantschap heeft met andere bekende Italiaanse of internationale druivenrassen, wat zijn status als een ware ‘autochtone’ variëteit onderstreept.
Er zijn verschillende theorieën over de etymologie van de naam “Sagrantino”. De meest populaire theorie verbindt de naam met het Latijnse woord “sacer” of “sacra”, wat “heilig” betekent. Dit suggereert dat de druif in de oudheid mogelijk werd gebruikt voor de productie van miswijn of bij religieuze ceremonies, een praktijk die tot op de dag van vandaag voortleeft in de zoete Passito-stijl van Sagrantino. Een andere theorie leidt de naam af van “sagra”, wat “lokaal festival” of “feest” betekent, verwijzend naar de traditionele rol van de wijn bij feestelijke gelegenheden in de dorpen van Umbrië. Hoe dan ook, beide verklaringen benadrukken de diepe culturele en historische verankering van Sagrantino in de regio.
De aanwezigheid van Sagrantino in Umbrië dateert waarschijnlijk al van de Romeinse tijd, en er zijn historische documenten die de teelt ervan in de middeleeuwen bevestigen. Zo wordt in een document uit 1598 specifiek melding gemaakt van de druif in het gebied van Montefalco. Echter, net als veel andere inheemse druivenrassen, kende Sagrantino in de 20e eeuw een periode van ernstige achteruitgang. Na de wereldoorlogen en met de opkomst van productiviteitsgerichte landbouw, werden veel Sagrantino-wijngaarden gerooid ten gunste van meer commercieel aantrekkelijke of gemakkelijker te telen druivenrassen. Tegen de jaren 1960 was Sagrantino bijna uitgestorven, gered door slechts een handvol lokale boeren die vasthielden aan hun tradities.
De heropleving van Sagrantino begon pas echt in de jaren 1970 en 1980, dankzij de inspanningen van vooruitstrevende wijnmakers, met name Arnaldo Caprai. Hij geloofde sterk in het potentieel van deze unieke druif en investeerde aanzienlijk in onderzoek, moderne vinificatietechnieken en promotie. Zijn werk, en dat van andere pioniers, leidde tot een hernieuwde waardering en de erkenning van de Sagrantino di Montefalco DOCG (Denominazione di Origine Controllata e Garantita) in 1992, wat de kwaliteit en het belang van de druif voor de Italiaanse wijnbouw definitief bezegelde. Vandaag de dag is Sagrantino een symbool van de Italiaanse wijnrenaissance en een trots erfgoed van Umbrië.
Kenmerken van de Druif
Sagrantino is een druif met een uitgesproken persoonlijkheid, zowel in de wijngaard als in het glas. Het is een variëteit die niet bang is om zijn ware aard te tonen, gekenmerkt door robuustheid en een indrukwekkende concentratie.
Wat het uiterlijk betreft, produceert de Sagrantino-wijnstok middelgrote tot kleine, compacte trossen met kleine tot middelgrote bessen. De bessen hebben een opvallend dikke schil, die rijk is aan anthocyanen (kleurstoffen) en polyfenolen, waaronder een uitzonderlijk hoog gehalte aan tannines. Deze dikke schil is de sleutel tot de diepe, bijna ondoordringbare robijnrode kleur van de wijn, die vaak neigt naar paars in zijn jeugd, en de stevige tannineuze structuur waar Sagrantino zo bekend om staat.
Op het gebied van groeieigenschappen is Sagrantino een krachtige en vitale druivenstok. Het heeft de neiging om een overvloedige bladgroei te produceren, wat een zorgvuldig beheer van het bladerdak vereist om ervoor te zorgen dat de druiven voldoende zonlicht krijgen en om de energie van de plant te richten op de ontwikkeling van de bessen in plaats van op de loofgroei. De druif rijpt relatief laat in het seizoen, vaak pas eind september of begin oktober, wat betekent dat het een lang groeiseizoen nodig heeft om zijn fenolische rijpheid optimaal te bereiken. Deze late rijping draagt bij aan de complexiteit van de aroma’s en de concentratie van de smaken in de uiteindelijke wijn.
Hoewel Sagrantino over het algemeen als een robuuste druif wordt beschouwd, is hij niet volledig immuun voor ziekten. Hij kan gevoelig zijn voor echte meeldauw (oidium), vooral onder vochtige omstandigheden, en in mindere mate voor valse meeldauw (peronospora). Goede wijngaardpraktijken, zoals adequate ventilatie en preventieve behandelingen, zijn essentieel om de gezondheid van de druivenstokken te waarborgen. De dikke schil biedt echter enige bescherming tegen botrytis (edele rotting), hoewel dit afhankelijk is van de specifieke omstandigheden en de gewenste wijnstijl – voor de Passito-stijl is botrytis soms zelfs welkom of wordt de druif opzettelijk gedroogd. Zijn natuurlijke weerstand tegen droogte maakt hem goed geschikt voor de heuvelachtige, soms waterarme omstandigheden van Umbrië.
Klimaat & Terroir
Het ideale klimaat en terroir voor Sagrantino zijn cruciaal voor het ontwikkelen van zijn unieke en krachtige karakter. De druif is onlosmakelijk verbonden met de specifieke omstandigheden van Umbrië, een regio die vaak het “groene hart van Italië” wordt genoemd.
Ideaal Klimaat: Sagrantino gedijt het best in een warm continentaal klimaat, zoals dat van Umbrië. Dit betekent hete, zonnige zomers en koude winters. Cruciaal voor de kwaliteit van Sagrantino zijn de aanzienlijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht (diurnale schommelingen) tijdens het rijpingsseizoen. De warme dagen zorgen voor de accumulatie van suikers en de ontwikkeling van intense kleur en tannines, terwijl de koele nachten de druiven in staat stellen om hun frisse zuren te behouden en complexe aromatische verbindingen te ontwikkelen. Dit evenwicht is essentieel om te voorkomen dat de wijnen te zwaar of alcoholisch worden zonder voldoende frisheid. De lange, droge herfstperiodes zijn ook van vitaal belang, omdat Sagrantino een late rijper is en voldoende tijd nodig heeft om volledig fenolisch rijp te worden.
Bodemvoorkeur: De bodems in de appellatie Montefalco, waar Sagrantino zijn thuis heeft, zijn overwegend klei-kalksteen van oorsprong, vaak gemengd met zandsteen en mergel. Deze bodems zijn doorgaans arm aan organisch materiaal en hebben een uitstekende drainage, wat essentieel is voor de Sagrantino. Goed gedraineerde bodems voorkomen wateroverlast en dwingen de wijnstokken om diep te wortelen op zoek naar water en voedingsstoffen. Deze ‘stress’ voor de wijnstok leidt tot kleinere bessen met geconcentreerdere smaken, dikkere schillen en een hogere concentratie aan tannines en kleurstoffen. De kalksteencomponent draagt bij aan de mineraliteit en de frisheid van de wijnen.
Hoogte: De Sagrantino-wijngaarden in Montefalco liggen vaak op heuvels op hoogtes variërend van 200 tot 500 meter boven zeeniveau. Deze hoogte draagt bij aan de eerder genoemde diurnale temperatuurverschillen, omdat hogere liggingen koelere nachten kennen. Bovendien zorgt de ligging op de hellingen voor een optimale blootstelling aan de zon en een goede luchtcirculatie, wat helpt om vochtgerelateerde ziekten te verminderen en de druiven gezond te houden tot de late oogst. De combinatie van een warm continentaal klimaat, goed gedraineerde, mineraalrijke bodems en de juiste hoogte creëert de perfecte omstandigheden voor Sagrantino om zijn krachtige, complexe en langlevende karakter volledig tot uitdrukking te brengen.
Smaakprofiel & Aroma’s
Sagrantino is een druif die een diepe indruk achterlaat, zowel visueel als aromatisch en structureel. Het is een wijn die onmiddellijk opvalt door zijn intensiteit en complexiteit, een ware belevenis voor de zintuigen.
Body, Zuurgraad, Tannine: De Sagrantino-wijnen zijn kenmerkend vol van body, met een alcoholpercentage dat vaak tussen de 14% en 15% ligt. Deze volheid wordt perfect gecompenseerd door een hoge zuurgraad, die zorgt voor frisheid en balans, en voorkomt dat de wijn log of zwaar aanvoelt. Maar het meest onderscheidende kenmerk van Sagrantino is zijn fenomenaal hoge tanninegehalte. Deze tannines zijn in de jeugd vaak stevig en griprijk, bijna korrelig, en kunnen de mond volledig vullen. Dit structurele raamwerk is echter ook de sleutel tot het enorme rijpingspotentieel van de wijn.
Primaire Aroma’s (Fruit, Bloemen, Kruiden):
In zijn jeugd, en zelfs na enkele jaren rijping, domineert een spectrum van donker fruit. Denk aan intense aroma’s van rijpe braam, zwarte kers, pruim en moerbei. Vaak zijn er ook hints van gedroogd fruit, zoals rozijnen of vijgen, vooral in de Passito-stijl.
Naast het fruit zijn er vaak florale tonen aanwezig, met name viooltjes en soms gedroogde rozenblaadjes.
De kruidigheid is een belangrijk aspect van Sagrantino, met kenmerken van zwarte peper, zoethout, anijs en soms zelfs een vleugje kaneel of kruidnagel. Een karakteristieke aardse component is ook vaak aanwezig, die doet denken aan bosgrond, tabak en truffels, vooral naarmate de wijn ouder wordt.
Secundaire Aroma’s (Vinificatie):
De vinificatie speelt een cruciale rol in het vormgeven van het Sagrantino-profiel. Vrijwel alle Sagrantino di Montefalco DOCG-wijnen ondergaan een periode van rijping op eikenhout, vaak in grote Slavonische eikenhouten vaten (botti) of kleinere Franse eikenhouten barriques. Dit draagt bij aan secundaire aroma’s zoals:
* Vanille, toast en cederhout: Vooral bij gebruik van nieuw Frans eiken.
* Koffie, cacao en donkere chocolade: Deze aroma’s versmelten prachtig met de fruitige en kruidige tonen.
* Rook en leer: Ontwikkelen zich vaak door oxidatie en interactie met het hout.
De eikenhoutrijping verzacht de krachtige tannines en voegt complexiteit toe, zonder de intrinsieke karakteristieken van de druif te overschaduwen.
Tertiaire Aroma’s (Rijping):
Hier toont Sagrantino zijn ware grandeur. Met flesrijping, die vaak 10 tot 20 jaar of langer kan duren, evolueren de wijnen naar een nog complexer en verfijnder profiel. De primaire fruitaroma’s transformeren naar meer gedroogde en gekonfijte versies, en de tertiaire aroma’s komen naar voren:
* Leer en tabak: Klassieke kenmerken van gerijpte rode wijnen.
* Aardse tonen: Versterken, met nuances van vochtige aarde, paddenstoelen en opnieuw die kenmerkende truffelgeur.
* Balsamico-tonen: Een vleugje balsamico-azijn of menthol kan zich ontwikkelen.
* Gedroogde vijgen, pruimen en pruimenjam: Diepere, geconcentreerde fruitaroma’s.
De tannines worden zijdezacht en geïntegreerd, wat resulteert in een fluweelzachte textuur en een ongelooflijk lange afdronk. Een gerijpte Sagrantino is een meditatieve wijn die een diepe indruk achterlaat.
Belangrijkste Wijnregio’s
Hoewel Sagrantino een druivenras van wereldklasse is, heeft het zijn wortels stevig geplant in één specifieke regio: Umbrië in centraal Italië. Binnen Umbrië is er één gebied dat onbetwist het hart en de ziel van Sagrantino vertegenwoordigt.
Montefalco DOCG
Dit is zonder twijfel de belangrijkste en meest prestigieuze regio voor Sagrantino. Gelegen in de provincie Perugia, rond de pittoreske heuvelstad Montefalco, is dit de enige plek ter wereld waar Sagrantino in zijn meest pure en gecontroleerde vorm wordt geproduceerd onder de Denominazione di Origine Controllata e Garantita (DOCG)-status. De Sagrantino di Montefalco DOCG-wetgeving is strikt en vereist dat de wijn voor 100% uit Sagrantino-druiven bestaat.
De wijngaarden liggen op de glooiende heuvels rondom Montefalco, Spoleto, Gualdo Cattaneo, Castel Ritaldi en Bevagna, op hoogtes variërend van 200 tot 500 meter boven zeeniveau. De bodems zijn hier een mix van klei, kalksteen en zandsteen, ideaal voor de diepe wortelgroei en concentratie die Sagrantino nodig heeft.
Binnen de Montefalco DOCG worden twee hoofdtypen Sagrantino geproduceerd:
* Sagrantino di Montefalco Secco: Dit is de droge rode wijn, de meest voorkomende en gevierde stijl. Het is een wijn van grote structuur en complexiteit, met een diepe robijnrode kleur, intense aroma’s van donker fruit, kruiden en aardse tonen, en die krachtige, maar verfijnde tannines. Deze wijnen ondergaan een verplichte rijping van minimaal 33 maanden, waarvan minstens 12 maanden in eikenhouten vaten en 4 maanden op fles, voordat ze op de markt mogen komen. De beste voorbeelden kunnen decennia lang rijpen.
* Sagrantino di Montefalco Passito: Dit is de historische en zoete dessertwijn van Sagrantino, die een diepe traditie heeft in Umbrië en naar verluidt zelfs voor religieuze doeleinden werd gebruikt. Voor deze stijl worden de druiven na de oogst op matten of aan rekken te drogen gelegd (appassimento) gedurende enkele maanden. Dit proces concentreert de suikers en aroma’s, wat resulteert in een rijke, stroperige wijn met intense aroma’s van gedroogd fruit, vijgen, chocolade en specerijen. Hoewel minder algemeen dan de Secco-stijl, is de Passito een unieke en prachtige expressie van de druif.
Bekende producenten in Montefalco die de Sagrantino-revolutie hebben geleid en nog steeds toonaangevend zijn, zijn onder andere Arnaldo Caprai, Paolo Bea, Romanelli, Scacciadiavoli en Antonelli San Marco. Elk van deze wijnhuizen brengt zijn eigen filosofie en interpretatie naar de Sagrantino, wat resulteert in een fascinerende diversiteit binnen de appellatie.
Andere regio’s in Umbrië
Hoewel Montefalco de absolute focus is, wordt Sagrantino ook in kleinere hoeveelheden en vaak in blendvorm (onder IGT-classificaties) elders in Umbrië verbouwd. Deze wijnen zijn doorgaans minder geconcentreerd en complex dan hun DOCG-tegenhangers uit Montefalco. Ze dienen vaak als een introductie tot de druif, waarbij de scherpe kantjes van de tannines wat zijn afgevlakt door blending met bijvoorbeeld Sangiovese of Merlot. Echter, voor de pure en onvervalste Sagrantino-ervaring, is Montefalco de enige echte bestemming.
Vinificatie & Wijnstijlen
De vinificatie van Sagrantino is een zorgvuldig proces dat gericht is op het temmen van zijn robuuste karakter en het maximaliseren van zijn complexe potentieel. Gezien de hoge zuurgraad en het extreme tanninegehalte van de druif, zijn specifieke technieken vereist om wijnen te produceren die zowel krachtig als elegant zijn.
Wijntypes: Zoals eerder vermeld, worden er twee primaire wijnstijlen geproduceerd van Sagrantino:
1. Sagrantino di Montefalco Secco (droog rood): Dit is de dominante stijl en vertegenwoordigt de meeste productie. Het is een krachtige, gestructureerde rode wijn met een diepe kleur en een enorm rijpingspotentieel.
2. Sagrantino di Montefalco Passito (zoet dessert): Een traditionele zoete wijn gemaakt van gedroogde druiven, rijk en geconcentreerd.
Blend vs. Single Varietal: Voor de Sagrantino di Montefalco DOCG (zowel Secco als Passito) is het essentieel dat de wijn voor 100% uit Sagrantino-druiven bestaat. Dit is een strikte regel die de pure expressie van de druif waarborgt. Hoewel de druif soms in blends wordt gebruikt in IGT (Indicazione Geografica Tipica) wijnen in Umbrië, vaak met Sangiovese of internationale variëteiten, zijn deze niet representatief voor de iconische Sagrantino-stijl en worden ze zelden geassocieerd met de hoogste kwaliteitsniveaus van de druif. De focus ligt dus onmiskenbaar op de single varietal expressie.
Vinificatieproces (Secco):
* Oogst: Vanwege de late rijping vindt de oogst vaak pas eind september of begin oktober plaats. De druiven worden handmatig geoogst om de kwaliteit te waarborgen en beschadiging te voorkomen.
* Maceratie: Na het ontstelen en kneuzen ondergaan de druiven een lange maceratieperiode (schilcontact) met de most. Dit kan variëren van 15 tot wel 30 dagen, soms zelfs langer. Dit proces is cruciaal voor het extraheren van kleur, aroma’s en de kenmerkende tannines uit de dikke Sagrantino-schillen. Temperatuurcontrole is hierbij van belang om overextractie van harde tannines te voorkomen.
* Fermentatie: De alcoholische fermentatie vindt plaats in roestvrijstalen tanks of soms in houten vaten, bij gecontroleerde temperaturen. Vaak wordt na de alcoholische fermentatie een malolactische fermentatie uitgevoerd om de scherpe appelzuren om te zetten in zachtere melkzuren, wat bijdraagt aan de zachtheid en complexiteit van de wijn.
* Rijping: Dit is een van de meest kritische fasen. Sagrantino di Montefalco Secco moet volgens de DOCG-regels minimaal 33 maanden rijpen, waarvan minstens 12 maanden in eikenhouten vaten en vervolgens 4 maanden op fles. Producenten kiezen vaak voor een combinatie van grote Slavonische eikenhouten vaten (botti) en kleinere Franse eikenhouten barriques (vaak een mix van nieuw en gebruikt eiken). De eikenhoutrijping verzacht de tannines, voegt complexiteit toe (vanille, toast, specerijen) en bevordert de ontwikkeling van tertiaire aroma’s. De lange flesrijping voor de release is essentieel om de wijn drinkbaar te maken en zijn potentieel te laten ontvouwen.
Vinificatieproces (Passito):
* Appassimento: De druiven voor Passito worden na de oogst zorgvuldig geselecteerd en gedurende enkele maanden (doorgaans van oktober tot december of januari) op geventileerde zolders te drogen gelegd op rieten matten of houten rekken. Dit proces, bekend als appassimento, concentreert de suikers, zuren en aroma’s in de bessen.
* Fermentatie: Na het drogen worden de druiven geperst en ondergaat de extreem zoete most een langzame fermentatie. Deze fermentatie stopt vaak van nature wanneer het alcoholniveau hoog genoeg is, waardoor een aanzienlijke hoeveelheid restsuiker achterblijft.
* Rijping: Sagrantino di Montefalco Passito moet minimaal 33 maanden rijpen, waarvan minimaal 12 maanden in eikenhouten vaten. De wijnen zijn rijk, stroperig en hebben een uitzonderlijk rijpingspotentieel.
De keuze voor eikenhout, de duur van de rijping en de filosofie van de wijnmaker hebben een grote invloed op de uiteindelijke stijl van Sagrantino, variërend van meer traditionele, aardse expressies tot modernere, fruitgedreven wijnen met een subtielere houtinvloed.
Spijs & Wijn
De intense en gestructureerde aard van Sagrantino vraagt om een doordachte benadering van spijscombinaties. Dit is geen wijn die je zomaar bij elk gerecht serveert; het is een partner die een even krachtige en smaakvolle tegenhanger nodig heeft om zijn volle potentieel te onthullen. De hoge tannines, de levendige zuurgraad en de volle body van Sagrantino zijn elementen die perfect samengaan met rijke, hartige gerechten.
Food Pairing:
De traditionele keuken van Umbrië biedt de beste aanknopingspunten voor combinaties met Sagrantino, aangezien de wijn en de lokale gerechten door de eeuwen heen samen zijn geëvolueerd.
* Wild Zwijn (Cinghiale): Dit is een absolute klassieker. De rijke, gamey smaak van wild zwijn, vaak bereid als stoofpot (stufato di cinghiale) of met pasta (pappardelle al cinghiale), is een ideale match. Het vet en de intense smaak van het vlees worden prachtig in balans gebracht door de stevige tannines en de zuurgraad van de Sagrantino.
* Truffelgerechten: Umbrië is beroemd om zijn truffels, zowel de zwarte als de zeldzamere witte truffel. De aardse, complexe aroma’s van truffels, bijvoorbeeld in een risotto al tartufo, tagliatelle al tartufo, of bij een eenvoudige omelet, vinden een schitterende echo in de tertiaire tonen van een gerijpte Sagrantino.
* Gegrild Rundvlees (Bistecca alla Fiorentina): Een dikke, sappige steak van de grill, met een mooie korst en rood van binnen, is een perfecte metgezel. Het eiwit en het vet van het rundvlees verzachten de tannines van de wijn, terwijl de intensiteit van de Sagrantino de krachtige smaken van het vlees aankan.
* Gerijpte Parmezaanse Kaas (Parmigiano Reggiano): Hoewel niet uit Umbrië, passen harde, zoutige en umami-rijke kazen zoals Parmigiano Reggiano of een oude Pecorino perfect bij de structuur en complexiteit van Sagrantino. De zoutigheid van de kaas tempert de tannines en brengt de fruitige aroma’s van de wijn naar voren.
* Hartige Stoofschotels: Denk aan lamsstoofpotten, osso buco, of andere langzaam gegaarde vleesgerechten met rijke sauzen. De diepte en concentratie van de wijn kunnen deze robuuste smaken moeiteloos aan.
* Geroosterd Lam: Een gebraden lamsbout met rozemarijn en knoflook vormt ook een heerlijke combinatie, waarbij de kruidige tonen van het gerecht mooi aansluiten bij de kruidigheid van de wijn.
Serveertemperatuur: De ideale serveertemperatuur voor Sagrantino ligt tussen de 17-19°C. Dit is cruciaal voor een volle, tanninerijke rode wijn. Te koud geserveerd, zullen de tannines samentrekkender en harder aanvoelen, en de aroma’s zullen zich niet volledig kunnen ontwikkelen. Te warm geserveerd, kan de wijn log en alcoholisch overkomen. Het is aan te raden de fles 30-60 minuten voor het serveren te openen, of zelfs te decanteren, vooral bij jongere wijnen, om de wijn te laten ademen en de tannines te verzachten.
Welk Glas? Voor Sagrantino is een groot, ruim glas met een brede kelk aan te raden, zoals een Bordeaux-stijl glas. Dit type glas biedt voldoende ruimte voor de wijn om te ademen, concentreert de complexe aroma’s naar de neus en zorgt ervoor dat de wijn op een breed deel van de tong terechtkomt, waardoor de structuur en het mondge




