Introductie
Stel je een druif voor die na decennia van bijna-vergetelheid, verscholen in de ruige Apennijnen, plotseling herrijst en de harten van wijnliefhebbers over de hele wereld verovert. Dat is het verhaal van Pecorino, een autochtoon Italiaans druivenras dat de laatste jaren een spectaculaire comeback heeft gemaakt. Deze fascinerende witte druif, voornamelijk te vinden in de regio’s Marche en Abruzzen, staat bekend om zijn levendige zuurgraad, uitgesproken minerale tonen en een complex aromatisch profiel dat varieert van citrus en groene appel tot acacia en wilde kruiden.
Pecorino is niet zomaar een druif; het is een expressie van zijn bergachtige herkomst. Zijn vermogen om zelfs in warmere klimaten een indrukwekkende frisheid en structuur te behouden, maakt hem uniek. De wijnen die ervan gemaakt worden, zijn vaak medium-vol van body, met een textuur die zowel rijk als strak kan zijn, en een afdronk die lang en verkwikkend is. Het is een druif die bewijst dat authenticiteit en terroir nog steeds de meest boeiende verhalen in de wijnwereld vertellen, en een glas Pecorino biedt een avontuurlijke duik in het hart van Centraal-Italië.
Oorsprong & Geschiedenis
De geschiedenis van Pecorino is er een van bijna-verdwijning en een glorieuze herontdekking. Hoewel de druif al eeuwenlang in de bergachtige gebieden van Marche en Abruzzen voorkomt, raakte hij in de 20e eeuw grotendeels in de vergetelheid. De reden hiervoor was de uitdagende aard van de druif: Pecorino is van nature een druif met een lage opbrengst en een onregelmatige vruchtzetting (millerandage), wat hem minder aantrekkelijk maakte voor massaproductie in een tijd dat kwantiteit vaak boven kwaliteit ging. Veel boeren kozen voor gemakkelijkere, productieve rassen, en Pecorino-wijngaarden werden gerooid.
De naam ‘Pecorino’ zelf biedt een charmante inkijk in zijn agrarische verleden. Het woord is afgeleid van ‘pecora’, het Italiaanse woord voor schaap. De meest geaccepteerde theorie is dat schapenherders, die hun kuddes door de Apennijnen leidden, Pecorino-druiven aantroffen die wild groeiden langs hun paden. De schapen zouden graag van de zoete druiven gegeten hebben, en zo ontstond de associatie. Een andere theorie suggereert dat de compacte, langwerpige vorm van de Pecorino-druiventros zou lijken op de kop van een schaap. Hoe dan ook, de naam verbindt de druif onlosmakelijk met het landschap en de tradities van de bergregio’s.
De redding van Pecorino kan grotendeels worden toegeschreven aan de inspanningen van enkele vooruitstrevende wijnmakers in de jaren 80 en 90. Een sleutelfiguur hierin was Guido Natalino, een wijnmaker uit de Marche-regio. Hij herontdekte in 1982 enkele oude Pecorino-wijnstokken in een verlaten wijngaard in de gemeente Arquata del Tronto, nabij Ascoli Piceno, op een hoogte van zo’n 1000 meter. Hij erkende het potentieel van de druif en begon met het vermeerderen en herplanten ervan. Zijn pionierswerk inspireerde andere producenten in zowel Marche als Abruzzen om hetzelfde te doen, en zo werd Pecorino van de rand van uitsterven gered en begon zijn opmars naar erkenning. Tegenwoordig is het ras een van de meest gewaardeerde in Centraal-Italië en geniet het wereldwijd een groeiende populariteit.
Kenmerken van de Druif
De Pecorino-druif is een fascinerend gewas met specifieke kenmerken die bijdragen aan de unieke kwaliteit van de wijnen die ervan worden gemaakt. Visueel presenteert de Pecorino zich met middelgrote, compacte trossen die vaak cilindrisch of kegelvormig zijn. De bessen zijn klein tot middelgroot, met een opvallend dikke schil. Deze dikke schil is van cruciaal belang voor de kwaliteit van de wijn, omdat het bijdraagt aan de concentratie van aroma’s en smaken, en de druif helpt zijn hoge zuurgraad te behouden, zelfs wanneer hij volledig rijp is. De kleur van de bessen varieert van groengeel tot goudgeel bij volledige rijpheid.
Wat de groeieigenschappen betreft, staat Pecorino bekend als een krachtige en productieve variëteit, hoewel de opbrengsten per stok relatief laag kunnen zijn door de eerder genoemde millerandage (onregelmatige vruchtzetting waarbij kleine, zaadloze bessen naast normale bessen voorkomen). De wijnstokken hebben de neiging om vroeg te ontluiken en vroeg te rijpen, wat een voordeel is in bergachtige gebieden waar het groeiseizoen korter kan zijn en de herfstkou sneller intreedt. Dit vroege rijpingsproces stelt de druif in staat om voldoende suikers te ontwikkelen terwijl het zijn kenmerkende hoge zuurgraad behoudt.
Pecorino is over het algemeen een robuuste druif, maar niet zonder zijn kwetsbaarheden. Hij is relatief resistent tegen enkele veelvoorkomende schimmelziekten zoals valse meeldauw (peronospora), maar kan gevoelig zijn voor echte meeldauw (oïdium), vooral in vochtige omstandigheden. Goede ventilatie, zoals te vinden op hogere hellingen, is daarom essentieel om de gezondheid van de wijnstokken te waarborgen. De dikke schil biedt enige bescherming tegen vogelvraat en andere fysieke beschadigingen, maar vereist wel een zorgvuldige vinificatie om de extractie van gewenste aroma’s te optimaliseren. Het beheer van de wijngaard, inclusief snoeien en canopy management, is van groot belang om de opbrengsten te controleren en de kwaliteit van de druiven te maximaliseren.
Klimaat & Terroir
Pecorino is een druif die floreert in specifieke klimatologische en geologische omstandigheden, wat verklaart waarom hij zo goed gedijt in de bergachtige binnenlanden van Centraal-Italië. Het ideale klimaat voor Pecorino wordt gekarakteriseerd als een gematigd klimaat, met name op hogere hellingen die profiteren van goede ventilatie. Dit is geen toeval; deze omstandigheden zijn van cruciaal belang voor de ontwikkeling van zijn kenmerkende smaakprofiel.
De voorkeur voor hogere hellingen, vaak tussen 300 en 800 meter boven zeeniveau, is veelzijdig. Ten eerste zorgt de hoogte voor aanzienlijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht (diurnale variatie). Warme, zonnige dagen dragen bij aan de suikerontwikkeling en fenolische rijpheid, terwijl de koele nachten de zuurgraad in de druiven behouden. Dit spanningsveld tussen rijpheid en frisheid is de essentie van een grote Pecorino-wijn. Zonder deze diurnale variatie zou de druif zijn hoge zuurgraad verliezen, wat resulteert in een minder levendige en minder complexe wijn.
Goede ventilatie is een andere pijler van het ideale Pecorino-terroir. De wind die over de hellingen waait, vooral in de buurt van de Apennijnen, helpt de druiven droog te houden. Dit vermindert de druk van schimmelziekten zoals grijze rot (botrytis cinerea) en echte meeldauw (oïdium), waar Pecorino enigszins gevoelig voor kan zijn. De constante luchtstroom draagt ook bij aan een gezonder microklimaat in de wijngaard en voorkomt dat vocht zich ophoopt, wat essentieel is voor de teelt van deze druif.
Wat de bodemvoorkeur betreft, gedijt Pecorino het best in goed doorlatende bodems. Vaak zijn dit kalkrijke kleibodems, die rijk zijn aan mineralen. De klei zorgt voor een zekere waterretentie, wat nuttig is in drogere periodes, terwijl het kalkgehalte bijdraagt aan de mineraliteit en de fijne structuur van de wijn. Leisteen en zandsteen zijn ook veelvoorkomende bodemtypes in de Pecorino-regio’s, die elk hun eigen nuances toevoegen aan de uiteindelijke wijn. De stress die de wijnstokken ervaren op deze armere, goed doorlatende bodems dwingt de wortels dieper te zoeken naar water en voedingsstoffen, wat resulteert in geconcentreerdere druiven met meer karakter. De combinatie van deze factoren – hoogte, ventilatie en specifieke bodems – creëert de perfecte omstandigheden voor Pecorino om zijn volle potentieel te bereiken.
Smaakprofiel & Aroma’s
Pecorino is een druif die een rijk en uitnodigend smaakprofiel biedt, gekenmerkt door een opmerkelijke balans tussen aromatische complexiteit en een levendige frisheid. De wijnen zijn vaak medium-vol van body, met een textuur die zowel rijk als strak kan zijn, en een afdronk die lang en verkwikkend is. De hoge zuurgraad is de ruggengraat van de Pecorino-wijn en zorgt voor zijn typische levendigheid en verouderingspotentieel. Zoals bij de meeste witte wijnen, is tannine hier niet van toepassing.
Primaire Aroma’s (Fruit & Bloemen)
De primaire aroma’s van Pecorino zijn een ware symfonie van fruitige en florale tonen, vaak aangevuld met een kenmerkende kruidigheid en mineraliteit. Bij het eerste contact met de neus word je vaak begroet door heldere citrusvruchten zoals citroen, grapefruit en limoen, die een verfrissende energie geven. Deze worden aangevuld met rijpere steenvruchten zoals witte perzik, abrikoos en nectarine, die een vleugje zoetheid en sappigheid toevoegen. Groene appel en peer zijn ook veelvoorkomende fruitaroma’s, die bijdragen aan de frisheid.
Florale noten zijn prominent aanwezig, met name acacia, jasmijn en kamperfoelie, die een delicate en elegante laag toevoegen. Wat Pecorino echter echt onderscheidt, zijn de nuances van wilde kruiden: denk aan salie, tijm en rozemarijn, die een subtiele, aardse complexiteit geven. Vaak is er ook een opvallende minerale toets, die kan variëren van natte steen en vuursteen tot een ziltige hint, die de bergachtige oorsprong van de druif reflecteert.
Secundaire Aroma’s (Vinificatie)
De secundaire aroma’s van Pecorino-wijnen hangen sterk af van de vinificatiemethode. De meeste Pecorino-wijnen worden gefermenteerd en gerijpt in roestvrijstalen tanks om de zuiverheid van het fruit en de mineraliteit te behouden. In deze gevallen zijn secundaire aroma’s vaak subtieler en komen ze voort uit contact met de gistcellen (sur lie rijping). Dit kan leiden tot aroma’s van brioche, toast, gist of een lichte notigheid, die de textuur en complexiteit van de wijn verrijken. Deze techniek geeft de wijn een rondere mondgevoel zonder de frisheid te overheersen.
Hoewel minder gebruikelijk, experimenteren sommige producenten met een korte rijping op grote, oude eikenhouten vaten (botti) of een klein percentage nieuw eikenhout. Wanneer eikenhout wordt gebruikt, kunnen aroma’s van vanille, amandel, getoast brood of een lichte rokerigheid zich ontwikkelen, die de wijn een extra dimensie en structuur geven. Het is echter van cruciaal belang dat het eikenhoutgebruik met mate gebeurt, om de delicate primaire aroma’s en de kenmerkende frisheid van Pecorino niet te maskeren.
Tertiaire Aroma’s (Rijping)
Een van de meest interessante aspecten van Pecorino is zijn potentieel om te rijpen. Dankzij zijn hoge zuurgraad en extractie kan Pecorino prachtig evolueren in de fles, waarbij tertiaire aroma’s zich ontwikkelen die de wijn nog complexer maken. Na enkele jaren rijping kunnen de frisse fruitaroma’s plaatsmaken voor rijpere tonen van gedroogde abrikoos, honing en bijenwas. De mineraliteit wordt vaak dieper en complexer, soms met een petroleumachtige noot die doet denken aan gerijpte Riesling. Ook kunnen kruidige tonen zich verder ontwikkelen en een meer geaarde, complexere nuance krijgen. Deze wijnen tonen aan dat Pecorino veel meer is dan alleen een frisse, jonge witte wijn; het is een druif met een serieuze capaciteit voor elegantie en ontwikkeling.
Belangrijkste Wijnregio’s
Hoewel Pecorino in verschillende delen van Italië aan populariteit wint, zijn de historische en meest gerespecteerde thuishavens de regio’s Marche en Abruzzen. Deze twee regio’s, gescheiden door de Apennijnen, produceren Pecorino-wijnen met elk hun eigen unieke karakteristieken.
Marche
In de Marche-regio heeft Pecorino zijn meest prestigieuze erkenning gevonden in de Offida Pecorino DOCG. Dit is de hoogste kwalificatiestatus in de Italiaanse wijnwetgeving en getuigt van het serieuze potentieel van de druif hier. De wijngaarden in Offida liggen vaak op hogere hellingen, profiterend van de koele zeewind van de Adriatische Zee en de invloed van de Apennijnen. Dit resulteert in wijnen die een uitzonderlijke balans tonen tussen structuur, mineraliteit en een doordringende zuurgraad.
Offida Pecorino DOCG-wijnen zijn doorgaans voller van body dan veel andere Pecorino’s, met een rijkere textuur en een complexer aromatisch palet. Je vindt hier vaak intense aroma’s van citrus, perzik, acacia en een duidelijke minerale toets van vuursteen of leisteen. Veel producenten in Marche kiezen voor een korte rijping op de gistbezinksel (sur lie) om de complexiteit en het mondgevoel te vergroten, wat resulteert in wijnen met een lichte nootachtige nuance en een indrukwekkend verouderingspotentieel. Ze kunnen gemakkelijk vijf tot tien jaar of langer rijpen, waarbij ze tertiaire aroma’s van honing en gedroogd fruit ontwikkelen.
Bekende producenten in Marche die zich toeleggen op Pecorino zijn onder andere Saladini Pilastri, bekend om hun biologische benadering en elegante wijnen; Velenosi, die Pecorino met zowel frisheid als diepgang produceert; en Ciù Ciù, die de biodynamische principes toepast om karaktervolle wijnen te maken.
Abruzzen
Net over de grens, in de Abruzzen, heeft Pecorino ook een sterke voet aan de grond gekregen. Hier wordt de druif voornamelijk verbouwd onder de Terre di Chieti IGT en Pecorino Colline Pescaresi IGT, en sinds kort ook onder de Pecorino DOC. De wijngaarden in Abruzzen bevinden zich vaak op de uitlopers van de Gran Sasso en Majella-bergen, waar de hoogte en de koele berglucht de druif helpen zijn frisheid te behouden.
Pecorino-wijnen uit Abruzzen zijn vaak iets fruitiger en expressiever in hun jeugd dan die uit de Marche, hoewel de kenmerkende hoge zuurgraad en mineraliteit altijd aanwezig zijn. Je proeft hier vaak rijpere tonen van gele appel, peer en tropisch fruit, naast de citrus en florale noten. De wijnen kunnen een iets zachtere textuur hebben, maar behouden hun levendigheid en frisheid. Ze zijn vaak directer benaderbaar en heerlijk om jong te drinken, maar de betere voorbeelden hebben ook zeker rijpingspotentieel.
Vooraanstaande producenten in Abruzzen zijn onder meer Masciarelli, een van de pioniers die de Pecorino-druif in de regio omarmden en een breed scala aan wijnen aanbieden; Cataldi Madonna, die bekend staat om hun focus op inheemse druivenrassen en elegante Pecorino; en Fantini by Farnese, die Pecorino op grote schaal produceert met een consistente kwaliteit.
Andere Regio’s
Hoewel Marche en Abruzzen de epicentra zijn, wordt Pecorino in toenemende mate ook aangeplant in naburige regio’s zoals Umbria, Lazio en zelfs Toscane. Deze aanplantingen zijn nog relatief klein, maar ze tonen de groeiende erkenning van Pecorino’s potentieel buiten zijn traditionele grenzen. De stijlen variëren afhankelijk van het specifieke microklimaat en de bodems, maar de essentie van Pecorino – zijn frisheid, mineraliteit en aromatische complexiteit – blijft behouden. Deze uitbreiding getuigt van de veelzijdigheid en het aanpassingsvermogen van dit eens bijna vergeten druivenras.
Vinificatie & Wijnstijlen
De vinificatie van Pecorino is gericht op het behouden van de inherente frisheid, mineraliteit en aromatische expressie van de druif. De meeste Pecorino-wijnen worden gevinifieerd als monocépage, wat betekent dat ze gemaakt zijn van 100% Pecorino-druiven, om de pure expressie van het ras te laten spreken. Blends zijn zeldzaam, maar kunnen voorkomen met andere lokale witte druivenrassen in minder strikte appellaties.
Roestvrijstaal en Sur Lie Rijping
De meest voorkomende en traditionele methode voor Pecorino is fermentatie en rijping in roestvrijstalen tanks. Deze aanpak garandeert dat de primaire fruitaroma’s (citrus, groene appel, perzik) en de kenmerkende minerale toetsen optimaal behouden blijven. De koele, gecontroleerde fermentatie in staal helpt ook om de levendige zuurgraad te bewaren, wat cruciaal is voor de frisheid en het verouderingspotentieel van de wijn.
Veel producenten passen na de fermentatie een periode van ‘sur lie’ rijping toe, wat betekent dat de wijn enkele maanden in contact blijft met de fijne gistbezinksel. Dit proces voegt complexiteit, textuur en mondgevoel toe aan de wijn, zonder dat de frisheid verloren gaat. Het kan resulteren in subtiele aroma’s van brioche, toast of een lichte notigheid, die de fruitige en minerale tonen prachtig aanvullen. Deze stijl is de meest voorkomende en wordt gewaardeerd om zijn zuiverheid en levendigheid.
Houtrijping
Hoewel minder gebruikelijk, experimenteren sommige wijnmakers met houtrijping voor hun Pecorino, vooral voor wijnen die bedoeld zijn voor langere rijping. Wanneer hout wordt gebruikt, kiest men meestal voor grote, neutrale eikenhouten vaten (botti) of een klein percentage gebruikte, kleinere barriques. Het doel is hierbij niet om een uitgesproken houtaroma aan de wijn toe te voegen, maar eerder om textuur, complexiteit en een zekere mate van oxidatieve rijping te bewerkstelligen. Nieuw eikenhout wordt zelden gebruikt, omdat dit de delicate aroma’s van Pecorino gemakkelijk kan overheersen en zijn kenmerkende frisheid kan verminderen. Een Pecorino met een subtiele houtinvloed kan aroma’s van amandel, vanille of een lichte rokerigheid vertonen, naast de primaire fruit- en minerale tonen.
Wijnstijlen
De wijnen van Pecorino variëren van frisse, knapperige en aromatische exemplaren die jong gedronken moeten worden, tot complexere, gestructureerde wijnen met een aanzienlijk rijpingspotentieel. De jongere wijnen zijn vaak strak en levendig, perfect als aperitief of bij lichte gerechten. De meer serieuze Pecorino’s, vooral die uit de Offida Pecorino DOCG, kunnen een indrukwekkende diepte en complexiteit ontwikkelen met de jaren, waarbij ze evolueren naar rijpere fruitaroma’s, honing en een diepere mineraliteit.
Er zijn ook enkele experimenten met mousserende Pecorino-wijnen, gemaakt volgens de Metodo Classico (traditionele methode), die een interessante en frisse expressie van de druif opleveren. Deze zijn echter nog zeldzaam en vormen een niche binnen de Pecorino-productie. Ongeacht de stijl, Pecorino-wijnen belichamen altijd een unieke combinatie van frisheid, structuur en een onmiskenbaar Italiaans karakter.
Spijs & Wijn
De hoge zuurgraad, de medium-volle body en het complexe aromatische profiel maken Pecorino tot een uiterst veelzijdige partner aan tafel. Het is een wijn die zowel de frisheid van visgerechten kan complimenteren als de rijkdom van gevogelte en aardse gerechten kan weerstaan. De serveertemperatuur van 10-12°C is ideaal; bij deze temperatuur komen de aroma’s optimaal tot hun recht zonder dat de wijn te koud is en zijn expressie verliest, of te warm en log wordt. Voor het glaswerk volstaat een universeel witwijnglas; voor complexere, gerijpte Pecorino’s kan een iets ruimer glas helpen om de aroma’s beter te concentreren.
Pecorino-kaas
De meest voor de hand liggende, en tevens een van de meest geslaagde combinaties, is Pecorino-wijn met Pecorino-kaas. Er is hier sprake van een prachtige synergie: de naamgenoot van de druif, een zoute, scherpe schapenkaas (bijvoorbeeld Pecorino Romano of Pecorino Sardo), wordt perfect in balans gebracht door de levendige zuurgraad en de fruitige tonen van de wijn. De wijn snijdt door de rijkdom en het vet van de kaas heen, terwijl de kaas de minerale en kruidige nuances in de wijn naar voren brengt. Het is een klassiek voorbeeld van “what grows together, goes together”.
Gegrilde Vis & Zeevruchten
De frisheid en mineraliteit van Pecorino maken hem een uitstekende keuze bij gegrilde vis. Denk aan stevige witte vissoorten zoals zeebaars, dorade of kabeljauw, bereid met verse kruiden en een scheutje olijfolie. De wijn complementeert de delicate smaken van de vis en snijdt door eventueel vet heen. Ook bij rijkere, vettere vissoorten zoals zalm of tonijn (licht gegrild) kan Pecorino verrassen, vooral als de vis wordt geserveerd met een frisse citroen-kruidensaus. Zeevruchten, zoals gegrilde garnalen, sint-jakobsschelpen of een risotto met zeevruchten, zijn ook fantastische partners. De ziltige tonen van de wijn resoneren prachtig met de smaken uit de zee.
Pasta met Truffel
De aardse en kruidige nuances in Pecorino maken hem een verrassend goede match voor pasta met truffel. Of het nu gaat om zwarte of witte truffel, de wijn heeft de structuur en complexiteit om deze rijke, umami-gedreven gerechten te begeleiden zonder te overheersen. De minerale toetsen en de frisse zuurgraad van de Pecorino reinigen het palet en bereiden het voor op de volgende hap, terwijl de kruidige elementen in de wijn de aardse aroma’s van de truffel versterken.
Risotto & Geroosterd Gevogelte
Voor gerechten met een rijkere textuur en smaakprofiel is Pecorino ook een uitstekende keuze. Een romige risotto, bijvoorbeeld met asperges, paddenstoelen of lichte groenten, wordt prachtig in balans gebracht door de zuurgraad van de wijn. De medium-volle body van Pecorino kan ook goed overweg met geroosterd gevogelte, zoals kip of kalkoen. Vooral als het gevogelte wordt bereid met mediterrane kruiden (rozemarijn, tijm, salie) of een citroensaus, zullen de kruidige en citrusaroma’s in de wijn naadloos aansluiten. Ook bij vegetarische gerechten met geitenkaas, geroosterde groenten of verse kruiden is Pecorino een schot in de roos.
Kortom, Pecorino is een wijn die uitnodigt tot experimenteren. Zijn balans tussen frisheid en structuur maakt hem een culinaire kameleon die een breed scala aan gerechten kan verheffen, van eenvoudige antipasti tot complexere hoofdgerechten.



