Introductie
Stel u een druif voor die, ondanks zijn naam die ‘kleine zoete’ betekent, consequent droge, fruitige wijnen voortbrengt. Een druif die de alledaagse tafel van Piemonte siert, vaak overschaduwd door zijn meer illustere buren Nebbiolo en Barbera, maar die een onmisbare schakel vormt in de rijke culinaire traditie van de regio. Dat is Dolcetto, een charmant en toegankelijk rood druivenras dat een diepe wortel heeft in de Italiaanse Piemonte.
Dolcetto is de belichaming van een ‘vriendelijke’ rode wijn: zelden zwaar op de hand, meestal met een levendige fruitigheid, een zachte zuurgraad en soepele tannines die hem uitzonderlijk veelzijdig maken aan tafel. Het is de wijn die men drinkt terwijl men wacht op de Barolo, of gewoonweg omdat het een heerlijke, ongecompliceerde expressie is van het Piemontese terroir. Waar Nebbiolo de aristocraat is en Barbera de robuuste boer, is Dolcetto de hartelijke gastheer die iedereen welkom heet. Zijn vroege rijping en het vermogen om te gedijen op koelere hellingen, waar Nebbiolo het moeilijk zou hebben, maken hem tot een waardevolle aanwinst voor de lokale wijnbouwers.
Oorsprong & Geschiedenis
De wieg van de Dolcetto-druif staat onmiskenbaar in Piemonte, een regio in het noordwesten van Italië die wereldwijd bekend is om zijn gastronomische schatten en zijn iconische wijnen. Hoewel de exacte datum van zijn ontstaan in de mist der tijden gehuld blijft, zijn er al schriftelijke vermeldingen van Dolcetto die teruggaan tot de 16e eeuw, meer specifiek in het jaar 1593. Deze vroege documenten getuigen van zijn aanwezigheid en belang in de provincie Cuneo, met name in het gebied rond Dogliani. Dit maakt Dolcetto tot een van de oudste en meest authentieke druivenrassen van Piemonte.
De etymologie van de naam ‘Dolcetto’ is fascinerend en leidt vaak tot misvattingen. Letterlijk vertaald betekent het ‘kleine zoete’, wat velen doet vermoeden dat het om een zoete wijn gaat. Echter, Dolcetto-wijnen zijn vrijwel altijd droog. De ‘zoetheid’ verwijst waarschijnlijk naar de druif zelf, die een relatief hoog suikergehalte heeft bij optimale rijpheid, of naar de ‘zoete’ (gemakkelijke) hellingen waar hij traditioneel wordt aangeplant, in tegenstelling tot de steilere, meer uitdagende hellingen gereserveerd voor Nebbiolo. Een andere theorie suggereert dat het verwijst naar de aangename, zachte aard van de wijn, die minder zuur en tanninerijk is dan veel andere lokale rode wijnen.
De verspreiding van Dolcetto is voornamelijk beperkt gebleven tot zijn thuisregio Piemonte, waar hij diep verankerd is in de lokale cultuur en economie. Buiten Piemonte vindt men Dolcetto sporadisch in enkele andere Italiaanse regio’s, zoals Ligurië, waar hij bekendstaat onder de naam Ormeasco, en in de Oltrepò Pavese, waar hij Nibiö wordt genoemd. Wereldwijd is Dolcetto een zeldzaamheid; de druif heeft nooit een significante internationale doorbraak gekend zoals sommige van zijn Piemontese broers. Dit draagt bij aan zijn charme en authenticiteit als een ware expressie van zijn terroir. Historisch gezien was Dolcetto de dagelijkse wijn van de boeren en arbeiders in Piemonte, de wijn die de maaltijden begeleidde en de sociale bijeenkomsten verlevendigde, een rol die hij tot op de dag van vandaag met verve vervult.
Kenmerken van de Druif
De Dolcetto-druif is een intrigerend gewas met specifieke kenmerken die zowel zijn teelt als de resulterende wijn beïnvloeden. Van zijn uiterlijk tot zijn groeieigenschappen en gevoeligheid voor ziektes, elk aspect draagt bij aan de identiteit van deze Piemontese trots.
Uiterlijk
De bessen van Dolcetto zijn klein tot middelgroot en hebben een opvallende, diep donkerblauwe tot bijna zwarte kleur. De schil is relatief dun tot middeldik, maar is rijk aan anthocyanen (kleurstoffen) en tannines, wat resulteert in wijnen met een intense robijnrode tot paarse tint. De trossen zijn compact en cilindrisch-conisch van vorm, wat betekent dat de bessen dicht op elkaar gepakt zijn. Deze compactheid kan, zoals we later zullen zien, zowel een zegen als een vloek zijn voor de wijnbouwer.
Groeieigenschappen
Een van de meest onderscheidende eigenschappen van Dolcetto is zijn vroege rijping. Het is een van de eerste rode druivenrassen die in Piemonte wordt geoogst, vaak al in september. Deze vroege rijping maakt het mogelijk om Dolcetto aan te planten op locaties die te koel zouden zijn voor een late rijper als Nebbiolo. Dolcetto is ook een vroege botter, wat hem kwetsbaar maakt voor lentevorst, hoewel dit in zijn traditionele aanplant op de middelhoge hellingen minder een probleem is dan in de valleien. De wijnstok is van nature vrij krachtig (‘vigorous’) en neigt naar een hoge opbrengst, wat een zorgvuldige snoei en bladsanering vereist om de kwaliteit van de druiven te waarborgen. Zonder deze aandacht kan de wijn waterig en smaakloos worden.
Gevoeligheid voor Ziektes
De compacte trossen van Dolcetto, gecombineerd met zijn relatief dunne schil, maken de druif gevoelig voor een aantal wijngaardziektes en plagen. Met name schimmelziektes zoals peronospora (valse meeldauw) en oïdium (echte meeldauw) kunnen snel om zich heen grijpen, vooral in vochtige omstandigheden. De dicht opeengepakte bessen bieden een ideale omgeving voor het vasthouden van vocht en de verspreiding van schimmels. Dit verhoogt het risico op botrytis (rotting), vooral bij regenachtig weer vlak voor de oogst. Wijnbouwers moeten daarom extra waakzaam zijn en proactieve maatregelen nemen om de gezondheid van de druiven te garanderen. Ook is Dolcetto gevoelig voor ‘grapevine yellows’, een complex van ziekten veroorzaakt door fytoplasma’s, die de groei en opbrengst van de wijnstok ernstig kunnen aantasten.
Klimaat & Terroir
Het succes van Dolcetto, net als dat van elk ander druivenras, is onlosmakelijk verbonden met de specifieke klimatologische omstandigheden en de bodemsamenstelling van zijn standplaats. Voor Dolcetto in Piemonte zijn deze factoren cruciaal om zijn unieke karakter te ontwikkelen.
Ideaal Klimaat
Dolcetto gedijt het best in een gematigd klimaat, zoals dat van Piemonte, gekenmerkt door warme zomers en koude winters. Wat echter cruciaal is voor Dolcetto, is zijn positie binnen dit klimaat. Waar Nebbiolo de voorkeur geeft aan de hoogste, meest zonnige en vaak steilste hellingen (de zogenaamde ‘sorì’), wordt Dolcetto traditioneel aangeplant op de lagere tot middelhoge hellingen. Deze locaties profiteren nog steeds van voldoende zonlicht, maar zijn minder blootgesteld aan de intense middagzon en de hete winden, wat gunstig is voor de druif die van nature een lagere zuurgraad heeft.
Een essentieel aspect is de goede blootstelling aan de ochtendzon. Deze vroege zonnewarmte helpt de wijngaard te drogen van dauw en regen, wat het risico op schimmelziektes vermindert, waartoe Dolcetto, met zijn compacte trossen, gevoelig is. Tegelijkertijd zorgt de vroegere rijping van Dolcetto ervoor dat hij kan profiteren van de mildere temperaturen van de vroege herfst, voordat de kou echt intreedt. Een gezond dag-nacht temperatuurverschil (diurnal range) is ook belangrijk; warme dagen bevorderen de suikerontwikkeling, terwijl koele nachten de aroma’s en de (lage) zuurgraad helpen behouden.
Bodemvoorkeur
Wat bodem betreft, heeft Dolcetto een duidelijke voorkeur voor kalkrijke marls, kalksteen en klei-kalkbodems. Deze bodemsoorten, die veel voorkomen in de Langhe-regio, bieden een goede balans tussen waterretentie en drainage, wat essentieel is voor de gezondheid van de wijnstok. De aanwezigheid van kalksteen kan ook bijdragen aan de mineraliteit en complexiteit in de wijn. Dolcetto houdt niet van te vruchtbare bodems, omdat dit de groeikracht van de stok te veel zou stimuleren, wat leidt tot een overvloed aan blad en een verminderde kwaliteit van de druiven. Armere, goed gedraineerde bodems helpen de opbrengsten te controleren en de concentratie van smaak en aroma’s in de bessen te maximaliseren.
Hoogte
De aanplanthoogte voor Dolcetto varieert, maar hij wordt vaak gevonden op hellingen tussen 200 en 500 meter boven zeeniveau. Zoals eerder vermeld, zijn dit doorgaans de ‘zachtere’ of ‘zoetere’ hellingen (‘dolci colline’), die minder steil zijn dan die voor Nebbiolo. Deze locaties bieden de ideale balans van zonneschijn, bescherming tegen extreme hitte en de juiste bodemkenmerken, waardoor Dolcetto optimaal kan rijpen en zijn kenmerkende fruitige en toegankelijke karakter kan ontwikkelen. Het resultaat is een wijn die de zachtheid van zijn naam eer aandoet, zij het in zijn aanplant en karakter, niet in zijn smaak.
Smaakprofiel & Aroma’s
Het smaakprofiel van Dolcetto-wijnen is wat dit druivenras zo geliefd maakt bij liefhebbers van toegankelijke, fruitige rode wijnen. Hoewel de specifieke nuances kunnen variëren afhankelijk van het terroir en de vinificatiemethode, zijn er enkele consistente kenmerken die Dolcetto definiëren.
Body, Zuurgraad en Tannine
Dolcetto-wijnen kenmerken zich door een licht tot medium body. Ze zijn zelden zwaar of log, maar eerder elegant en soepel in de mond. De zuurgraad is van nature laag, wat bijdraagt aan de zachtheid en de toegankelijkheid van de wijn. Dit is een belangrijk onderscheid met bijvoorbeeld Barbera, die bekend staat om zijn hoge zuurgraad. De tannines zijn medium, maar over het algemeen zacht en rijp. Ze geven de wijn structuur zonder wrang of agressief te zijn, waardoor Dolcetto al op jonge leeftijd heerlijk drinkbaar is.
Primaire Aroma’s (Fruit & Bloemen)
De primaire aroma’s van Dolcetto zijn doorgaans levendig en fruitig. De meest voorkomende fruittonen zijn die van donkerrood en zwart fruit, zoals verse kersen, morellen, pruimen en bramen. Vaak zijn er ook hints van frambozen en blauwe bessen te ontdekken. Deze fruitigheid is meestal fris en sappig, zelden overrijp of jammy. Naast fruitaroma’s presenteert Dolcetto vaak delicate bloemige noten, met name viooltjes, die een elegante dimensie toevoegen aan het bouquet. Een kenmerkend aspect van Dolcetto, en vaak een indicator van zijn authenticiteit, is een subtiele, licht bittere amandeltoets in de afdronk. Dit is geen fout, maar een gewaardeerd onderdeel van zijn identiteit. Ook zijn er vaak hints van zoethout (licorice) en soms een lichte kruidigheid.
Secundaire Aroma’s (Vinificatie)
De meeste Dolcetto-wijnen worden gevinifieerd met als doel de primaire fruitaroma’s en frisheid te behouden. Dit betekent dat fermentatie en rijping vaak plaatsvinden in roestvrijstalen tanks of grote betonnen vaten. Hierdoor worden geen secundaire aroma’s van eikenhout toegevoegd. Sommige producenten kiezen ervoor om een klein deel van de wijn voor een korte periode in grote, neutrale eikenhouten vaten (botti) te laten rijpen. Dit kan een lichte complexiteit en een subtiele textuur toevoegen zonder de delicate fruitigheid te overschaduwen. Kleine nieuwe eikenhouten vaten (‘barriques’) worden zelden gebruikt, aangezien hun intense aroma’s van vanille, toast en specerijen de finesse van Dolcetto zouden overheersen.
Tertiaire Aroma’s (Rijping)
Dolcetto is over het algemeen geen wijn die bedoeld is om lang te rijpen. Zijn charme ligt in zijn jeugdige frisheid en fruitigheid. De meeste Dolcetto-wijnen zijn bedoeld om binnen 2 tot 5 jaar na de oogst te worden gedronken. Wanneer ze echter de gelegenheid krijgen om te rijpen, vooral de meer gestructureerde voorbeelden uit Dogliani of Ovada, kunnen ze subtiele tertiaire aroma’s ontwikkelen. Deze kunnen bestaan uit gedroogd fruit, een vleugje leer, aardse tonen of zelfs een lichte tabak nuance. Echter, de ontwikkeling van deze aroma’s is meestal beperkt en de meeste Dolcetto-liefhebbers geven de voorkeur aan de levendigheid van de jonge wijn.
Samengevat biedt Dolcetto een heerlijk toegankelijk en fruitig smaakprofiel, met zachte tannines en een lage zuurgraad, perfect voor dagelijks genot en een uitstekende begeleider van een breed scala aan gerechten.
Belangrijkste Wijnregio’s
Hoewel Dolcetto in verschillende delen van Italië voorkomt onder diverse synoniemen, is zijn ware thuisbasis onbetwistbaar Piemonte. Hier heeft de druif een diepe culturele en agrarische verankering, en hier komen de meest expressieve en kwalitatieve wijnen van dit ras vandaan. Binnen Piemonte zijn er verschillende DOC’s (Denominazione di Origine Controllata) en DOCG’s (Denominazione di Origine Controllata e Garantita) die specifiek gewijd zijn aan Dolcetto, elk met zijn eigen nuances en stijl.
Dolcetto d’Alba DOC
Dit is waarschijnlijk de meest bekende en wijdverspreide Dolcetto-wijn. De wijngaarden liggen rond de stad Alba, in het hart van de Langhe-regio. Dolcetto d’Alba staat bekend om zijn fruitige, sappige en toegankelijke karakter. De wijnen zijn doorgaans helder robijnrood van kleur, met aroma’s van verse kersen, pruimen, viooltjes en die kenmerkende amandeltoets in de afdronk. Ze zijn bedoeld om jong gedronken te worden, binnen 2 tot 3 jaar na de oogst, en zijn een perfecte begeleider van de dagelijkse Piemontese keuken. Veel gerenommeerde producenten, die ook Barolo en Barbaresco maken, hebben een Dolcetto d’Alba in hun portfolio, zoals G.D. Vajra, Vietti en Pio Cesare, die de druif met respect behandelen en er heerlijke, pure expressies van maken.
Dolcetto di Dogliani DOCG
Als er één regio is die de Dolcetto-druif tot zijn volle recht laat komen, dan is het Dogliani. Dit is de enige Dolcetto-appellatie met de hoogste DOCG-status, wat de strenge kwaliteitsnormen en het unieke karakter van de wijnen benadrukt. Dogliani ligt ten zuiden van Alba en de wijngaarden hier liggen vaak op hogere, zuidelijker georiënteerde hellingen. De bodems zijn rijk aan kalksteen en mergel. Dolcetto di Dogliani-wijnen zijn doorgaans voller, donkerder van kleur en bezitten meer structuur en complexiteit dan die uit Alba. Ze tonen diepere aroma’s van zwarte kersen, bramen, zoethout en minerale tonen, vaak met een iets stevigere tannine. Hoewel nog steeds fruit-gedreven, hebben ze een groter rijpingspotentieel en kunnen ze, afhankelijk van de producent en het oogstjaar, 5 tot 8 jaar of zelfs langer bewaren. Producenten zoals Pecchenino, Poderi Luigi Einaudi en Chionetti zijn ware specialisten in Dolcetto di Dogliani en tonen het ware potentieel van dit ras.
Dolcetto d’Ovada DOCG
Aan de oostelijke rand van Piemonte, in de provincie Alessandria, vinden we de appellatie Dolcetto d’Ovada. Deze regio staat bekend om een iets andere stijl van Dolcetto. De wijnen uit Ovada zijn vaak iets rustieker en savourer, met een meer uitgesproken mineraliteit en soms een hogere zuurgraad dan hun tegenhangers uit de Langhe. Ze kunnen tonen van donker fruit, kruiden en aardse nuances vertonen, met een stevigere tannine die vraagt om een goede begeleiding van steviger gerechten. De DOCG-status, verkregen in 2008, erkent de specifieke identiteit en kwaliteit van deze wijnen.
Dolcetto di Diano d’Alba DOCG
Deze relatief kleine DOCG, gelegen rond het dorp Diano d’Alba, staat ook bekend als “Dolcetto delle Langhe Monregalesi”. Wat deze appellatie uniek maakt, is de nadruk op de ‘sorì’ – specifieke, gunstig gelegen wijngaardpercelen. Elke fles Dolcetto di Diano d’Alba moet de naam van de sorì vermelden, vergelijkbaar met de cru-classificatie in andere regio’s. Dit resulteert in wijnen die een zeer specifieke expressie van hun microterroir laten zien. Ze zijn doorgaans zeer aromatisch, met veel fruit en bloemige tonen, en een goede structuur.
Naast deze belangrijke DOCG’s zijn er ook nog andere DOC’s zoals Dolcetto di Acqui, Dolcetto di Asti en Dolcetto di Strevi, die elk hun eigen lokale interpretaties van de druif bieden. Hoewel Dolcetto elders in de wereld zelden wordt aangeplant, bewijzen deze Piemontese appellaties dat dit bescheiden druivenras, mits met zorg en respect behandeld, wijnen van grote charme en distinctie kan voortbrengen.
Vinificatie & Wijnstijlen
De vinificatie van Dolcetto is doorgaans gericht op het behoud van de primaire fruitaroma’s, frisheid en de zachte, toegankelijke aard van de druif. Dit resulteert in wijnen die jong gedronken kunnen worden en die een perfecte aanvulling zijn op de dagelijkse maaltijd.
Welke Wijntypes Worden Ermee Gemaakt?
Bijna alle Dolcetto-wijnen zijn droge rode wijnen. Er zijn geen significante tradities van mousserende, rosé of zoete wijnen gemaakt van Dolcetto. De focus ligt volledig op het creëren van een fruitige, medium-bodied rode wijn die de essentie van de druif en het terroir weerspiegelt.
Blend vs. Single Varietal
Dolcetto wordt vrijwel uitsluitend als een single varietal (één druivenras) wijn geproduceerd. In tegenstelling tot Nebbiolo, die soms in blends wordt gebruikt in bepaalde appellaties, schittert Dolcetto het meest op zichzelf. Zijn unieke smaakprofiel en zijn vermogen om een complete en harmonieuze wijn te leveren zonder de noodzaak van andere druivenrassen, maken blends overbodig. De focus ligt op de pure expressie van Dolcetto.
Eiken vs. Staal
Dit is een cruciaal aspect van de Dolcetto-vinificatie. De overgrote meerderheid van Dolcetto-wijnen wordt gefermenteerd en gerijpt in roestvrijstalen tanks of grote betonnen vaten. Deze materialen zijn inert en beïnvloeden de smaak van de wijn niet, waardoor de nadruk volledig ligt op het fruit, de bloemige tonen en de mineraliteit van de druif. Dit proces behoudt de frisheid en de levendige fruitigheid die zo kenmerkend zijn voor Dolcetto.
Sommige producenten, vooral in de DOCG’s zoals Dogliani en Ovada, waar de wijnen van nature meer structuur hebben en een langer rijpingspotentieel, kunnen kiezen voor een korte rijping in grote, neutrale Slavonische eikenhouten vaten (‘botti’). Deze grote vaten geven zeer weinig eikenhoutaroma’s af en dienen voornamelijk om de wijn te stabiliseren en een lichte oxidatieve rijping te bevorderen, wat kan leiden tot een iets complexere textuur en een langere houdbaarheid, zonder de fruitigheid te maskeren. Het gebruik van kleine, nieuwe eikenhouten vaten (‘barriques’) is zeldzaam en wordt over het algemeen vermeden. De intense aroma’s van vanille, toast en specerijen van nieuw eikenhout zouden de delicate fruitaroma’s van Dolcetto overheersen en de natuurlijke balans van de wijn verstoren.
Wijnstijlen
De dominante wijnstijl voor Dolcetto is die van een jonge, levendige, fruitige en gemakkelijk drinkbare rode wijn. De vinificatie omvat vaak een relatief korte maceratieperiode (de tijd dat de schillen in contact blijven met het sap tijdens de fermentatie), meestal tussen de 5 en 10 dagen. Dit zorgt voor voldoende kleurextractie en zachte tannines zonder overmatige bitterheid. De fermentatie vindt plaats bij gecontroleerde temperaturen om de vluchtige fruitaroma’s te behouden.
Hoewel de meeste Dolcetto-wijnen bedoeld zijn voor snelle consumptie, kunnen de kwaliteitswijnen uit Dogliani en Ovada, met hun hogere concentratie en structuur, profiteren van een paar jaar flesrijping. Deze wijnen ontwikkelen dan een iets complexer profiel met meer aardse en kruidige tonen, terwijl ze hun fruitige kern behouden. Ongeacht de specifieke stijl, blijft Dolcetto een wijn die draait om puurheid, fruitexpressie en een onmiskenbare gastronomische veelzijdigheid.
Spijs & Wijn
Dolcetto is de ultieme ‘vriendelijke’ wijn voor aan tafel. Zijn lage zuurgraad, medium tannines en levendige fruitigheid maken hem uitzonderlijk veelzijdig en een genot om te combineren met een breed scala aan gerechten, vooral die uit de rijke Piemontese keuken. Dit is de wijn die de lokale bevolking elke dag drinkt, en dat zegt genoeg over zijn toegankelijkheid en culinaire compatibiliteit.
Food Pairing
De klassieke match voor Dolcetto is de alledaagse Piemontese keuken, en dat is een breed en heerlijk spectrum. Denk aan:
* Antipasti: Dolcetto is een uitstekende keuze bij een assortiment van Italiaanse voorgerechten. Denk aan plakjes salami (zoals Salame Cotto of Salame di Cinghiale), prosciutto, coppa, of vitello tonnato. De fruitigheid van de wijn snijdt mooi door het zout en vet van het vlees.
* Focaccia en Pizza: Een versgebakken focaccia met rozemarijn en olijfolie, of een klassieke Margherita pizza, zijn perfecte partners. De eenvoud en het deegachtige karakter van deze gerechten worden prachtig aangevuld door de ongecompliceerde fruitigheid van Dolcetto.
* Lichte Pasta’s: Pasta’s met tomatensauzen, pesto (vooral in Ligurië, waar Dolcetto als Ormeasco wordt gedronken), of lichte vleessauzen zoals ragù van konijn of kalfsvlees, zijn een droomcombinatie. Vermijd te zware, romige sauzen die de delicate fruitigheid van de wijn kunnen overschaduwen.
* Charcuterie en Kazen: Een plank met diverse kazen, met name jongere, halfharde kazen zoals Fontina, Toma Piemontese of zelfs een milde gorgonzola, past uitstekend bij Dolcetto. Zijn fruitigheid vormt een mooi contrast met de zoutheid van de kazen.
* Gevogelte en Licht Vlees: Gegrilde kip, kalkoen, varkenshaas of kalfsvleesgerechten profiteren van de zachte tannines en het fruit van Dolcetto. Het is een veilige keuze voor lichtere vleesgerechten.
* Groentegerechten: Mediterraanse groentegerechten, zoals aubergineparmigiana, gegrilde paprika’s of risotto met paddenstoelen, vinden een harmonieuze partner in Dolcetto. De aardse tonen en het fruitige karakter van de wijn vullen de umami van de groenten aan.
De kenmerkende bittere amandeltoets in de afdronk van Dolcetto kan ook verrassend goed werken met gerechten die een lichte bitterheid bevatten, zoals radicchio of bepaalde olijven.
Serveertemperatuur
De ideale serveertemperatuur voor Dolcetto ligt tussen de 14-16°C. Dit is iets koeler dan veel andere rode wijnen en is essentieel om de frisheid en de levendige fruitaroma’s van de wijn optimaal tot hun recht te laten komen. Te warm geserveerd kan Dolcetto log en alcoholisch overkomen, terwijl te koud de aroma’s kan afstompen. Een lichte koeling in de koelkast voor ongeveer 20-30 minuten voor het serveren is vaak voldoende om de perfecte temperatuur te bereiken.
Welk Glas?
Voor Dolcetto is een middelgroot, all-purpose rood wijnglas perfect. Een glas met een niet al te grote kelk, zoals een typisch Bourgogne-glas of zelfs een ruim wit wijnglas, werkt uitstekend. Het is niet nodig om een groot Bordeaux-stijl glas te gebruiken, aangezien Dolcetto’s lichtere body en fruitgedreven karakter beter tot hun recht komen in een glas dat de aroma’s concentreert zonder ze te veel te verspreiden. Het belangrijkste is dat het glas comfortabel in de hand ligt en een prettige drinkervaring biedt.
Met zijn charmante karakter en brede inzetbaarheid aan tafel is Dolcetto een ware culinaire vriend die elke maalt









