Introductie
Blaufränkisch, ook wel bekend als Lemberger of Kékfrankos, is een van Europa’s meest onderschatte en intrigerende blauwe druivenrassen. Deze druif, die voornamelijk gedijt in het hart van Centraal-Europa, staat bekend om zijn levendige zuurgraad, stevige structuur en een complex palet van donker fruit, peper en aardse tonen. Het is een druif die het terroir op een fascinerende wijze reflecteert en wijnen voortbrengt die zowel elegant als krachtig kunnen zijn, met een opmerkelijk rijpingspotentieel.
Voor de wijnliefhebber die verder kijkt dan de geijkte Cabernet Sauvignons en Merlots, biedt Blaufränkisch een wereld van ontdekking. Het is de trots van Oostenrijk, met name in Burgenland, waar het al eeuwenlang diepgeworteld is in de wijnbouwcultuur. Maar ook in Hongarije en Duitsland heeft deze druif een significante rol, zij het onder andere namen. Het is een ras dat de aandacht van topwijnmakers heeft getrokken, die de unieke expressie en het karakter van Blaufränkisch weten te vertalen naar wijnen van wereldklasse.
Oorsprong & Geschiedenis
De precieze oorsprong van Blaufränkisch is lange tijd onderwerp van discussie geweest, maar genetisch onderzoek heeft inmiddels meer duidelijkheid gebracht. Het ras wordt algemeen erkend als inheems in Centraal-Europa, met sterke aanwijzingen dat het zijn wortels heeft in wat nu Oostenrijk is, specifiek in de regio Burgenland, of mogelijk in het aangrenzende Neder-Stiermarken (nu Slovenië). De druif is een natuurlijke kruising tussen ‘Blaue Zimmettraube’ (een oude, nu bijna uitgestorven druif) en ‘Weißer Heunisch’ (Gouais Blanc), een van de meest invloedrijke ‘ouder’-druivenrassen die aan de basis liggen van talloze moderne variëteiten.
De naam “Blaufränkisch” zelf geeft al een hint naar zijn rijke geschiedenis. “Blau” verwijst naar de donkere kleur van de druif, terwijl “fränkisch” (Frankisch) in de Middeleeuwen vaak werd gebruikt om wijnen van superieure kwaliteit aan te duiden, mogelijk verwijzend naar wijnen die door de Franken werden geïmporteerd of die de voorkeur genoten aan Frankische hoven. Een andere theorie is dat het verband houdt met de Frankische handelaren die de druif verspreidden.
De druif verspreidde zich vanuit Oostenrijk naar omliggende gebieden. In Hongarije staat het bekend als Kékfrankos, wat letterlijk “blauwe Frankische” betekent, en is het de meest aangeplante blauwe druif. In Duitsland, met name in Württemberg, heet het Lemberger, een naam die mogelijk afkomstig is van de stad Lemberg (nu Lwówek Śląski in Polen, maar historisch ook een naam voor Leutschach in Oostenrijk of Ljubljana in Slovenië). De eerste schriftelijke vermelding van de druif onder de naam “Lemberger” dateert uit 1772 in de gemeente Lauffen am Neckar in Württemberg. Door de eeuwen heen heeft Blaufränkisch zich gevestigd als een cruciaal onderdeel van de wijnbouwidentiteit van deze regio’s, en beleeft het de laatste decennia een ware renaissance dankzij de inspanningen van kwaliteitsgerichte wijnmakers.
Kenmerken van de Druif
De Blaufränkisch-druif is visueel herkenbaar aan zijn diep donkerblauwe tot bijna zwarte schil, die relatief dik is. De bessen zijn middelgroot en groeien in compacte, conische trossen. Deze dikke schil draagt bij aan de intensiteit van de kleur in de wijn en biedt tevens een zekere bescherming tegen rot, hoewel het de druif niet immuun maakt.
Wat de groeieigenschappen betreft, is Blaufränkisch een krachtige groeier met een vroege knopontwikkeling, wat het gevoelig maakt voor late lentevorst. Dit vereist zorgvuldige locatieselectie in wijngaarden. De druif heeft een gemiddelde rijpingsperiode, wat betekent dat het voldoende tijd nodig heeft om zijn complexe aroma’s en suikers te ontwikkelen, maar niet zo laat rijpt dat het risico op herfstregens te groot wordt. Dit maakt het ideaal voor gematigde continentale klimaten waar de groeicyclus lang genoeg is.
Blaufränkisch staat bekend om zijn relatieve weerstand tegen een aantal veelvoorkomende wijngaardziekten. De dikke schil biedt zoals gezegd enige bescherming tegen Botrytis cinerea (edele of grijze rot). Echter, net als veel andere Vitis vinifera-variëteiten, is het gevoelig voor echte meeldauw (Oidium) en valse meeldauw (Peronospora), wat een proactief beheer in de wijngaard vereist. Een goede luchtcirculatie rond de trossen is essentieel om schimmelziekten te voorkomen. De druif is ook gevoelig voor chlorose op kalkrijke bodems, wat kan leiden tot ijzertekort en vergeling van de bladeren.
Klimaat & Terroir
Blaufränkisch gedijt het best in een gematigd continentaal klimaat, gekenmerkt door warme zomers en koele nachten. Deze specifieke klimatologische omstandigheden zijn cruciaal voor de ontwikkeling van de druif en de uiteindelijke kwaliteit van de wijn. De warme zomers zorgen voor voldoende zonlicht en hitte om de suikers in de druiven volledig te laten rijpen, wat essentieel is voor de body en het alcoholpercentage van de wijn. Tegelijkertijd zijn de koele nachten van vitaal belang om de hoge zuurgraad te behouden, een kenmerk dat Blaufränkisch zijn kenmerkende frisheid en levendigheid geeft. Zonder deze koele nachten zouden de zuren te snel afbreken, wat zou resulteren in een vlakke, minder expressieve wijn. Het continentale karakter betekent ook vaak aanzienlijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht (diurnale variatie), wat de complexiteit van de aroma’s ten goede komt.
De bodemvoorkeur van Blaufränkisch is relatief breed, maar de druif toont een voorkeur voor bepaalde terroirs die zijn karakteristieke eigenschappen versterken. Klei- en leembodems, vaak met een aandeel kalksteen, zijn ideaal. Deze bodems hebben een goed waterhoudend vermogen, wat belangrijk is in drogere periodes, en dragen bij aan de structuur en rijkdom van de wijn. In regio’s zoals Leithaberg in Oostenrijk, waar leisteen en kalksteen domineren, ontwikkelen de wijnen een opvallende mineraliteit en elegantie. In Mittelburgenland, met zijn zware kleibodems, zijn de wijnen vaak krachtiger en voller. Vulkanische bodems, zoals die in de omgeving van Somló in Hongarije, kunnen resulteren in wijnen met een uitgesproken rokerige mineraliteit. De druif profiteert ook van wijngaarden op hellingen die zorgen voor een goede drainage en maximale blootstelling aan de zon, wat essentieel is voor een optimale rijping.
Smaakprofiel & Aroma’s
Blaufränkisch staat bekend om zijn onderscheidende smaakprofiel en complexe aroma’s, die variëren afhankelijk van het terroir, de vinificatiemethode en de rijpingsgraad. Over het algemeen produceert Blaufränkisch wijnen met een medium-vol body, een hoge zuurgraad en medium tannine, wat zorgt voor een uitstekende balans en een breed scala aan spijsmogelijkheden.
Primaire aroma’s (fruit, bloemen, kruiden):
Bij jonge Blaufränkisch-wijnen domineert vaak een levendig fruitprofiel. Denk aan zwarte kers, braam en rijpe pruim, soms aangevuld met rode bessen zoals framboos of rode aalbes, afhankelijk van de rijpheid. Een van de meest kenmerkende primaire aroma’s is echter de kruidigheid. Witte peper en zwarte peper zijn bijna altijd aanwezig en geven de wijn een pittige, opwekkende toets. Daarnaast kunnen aroma’s van laurier, jeneverbes en een hint van paprika (niet te verwarren met de groene, vegetale tonen van Cabernet Franc, maar meer een aardse, kruidige paprika) worden waargenomen. Florale tonen van viooltjes voegen vaak een delicate complexiteit toe. Mineraliteit, variërend van leisteen tot ijzer of zelfs een lichte rokerigheid, is ook een veelvoorkomend kenmerk, vooral in wijnen van specifieke terroirs.
Secundaire aroma’s (vinificatie):
De vinificatie speelt een cruciale rol in het vormgeven van het secundaire smaakprofiel. Wanneer de wijn rijpt op eikenhouten vaten, kunnen aroma’s van vanille, toast, kruidnagel en cederhout zich ontwikkelen. Wijnmakers die de voorkeur geven aan het behoud van het pure fruitkarakter, gebruiken vaak grote, oude houten vaten of roestvrijstalen tanks. Dit resulteert in wijnen die meer gefocust zijn op de primaire fruit- en kruidtonen, met een helderdere zuurgraad. Malolactische fermentatie kan een zachtere mondgevoel en een lichte romigheid toevoegen.
Tertiaire aroma’s (rijping):
Blaufränkisch-wijnen hebben een uitstekend rijpingspotentieel, en naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze fascinerende tertiaire aroma’s. Deze omvatten complexe tonen van leder, tabak, bosgrond, gedroogd fruit (rozijnen, vijgen), cacao en soms een hint van koffie. De peperige kruidigheid evolueert dan vaak naar een meer subtiele, aardse complexiteit. De aanvankelijk levendige zuren worden zachter, maar blijven de ruggengraat van de wijn, terwijl de tannines verder integreren en zijdezacht worden. Dit maakt gerijpte Blaufränkisch-wijnen bijzonder boeiend en gelaagd.
De combinatie van hoge zuren, medium tannines en een medium-vol body maakt Blaufränkisch tot een uiterst veelzijdige wijn, die zowel jong genoten kan worden om zijn frisheid als gerijpt voor zijn diepte en complexiteit.
Belangrijkste Wijnregio’s
Blaufränkisch heeft zijn thuis gevonden in diverse Centraal-Europese wijnregio’s, elk met zijn eigen interpretatie en stijl van deze fascinerende druif.
Oostenrijk
Oostenrijk is onbetwist het hartland van Blaufränkisch, met Burgenland als zijn meest prominente bolwerk.
* Burgenland: Dit is waar de druif zijn meest expressieve en diverse vormen aanneemt.
* Mittelburgenland (Blaufränkischland): Deze regio staat bekend om zijn klassieke, krachtige en kruidige Blaufränkisch-wijnen. De zware kleibodems en het warme, beschutte klimaat dragen bij aan rijpe, geconcentreerde wijnen met een diepe kleur, donker fruit en een kenmerkende peperige toets. Belangrijke producenten hier zijn onder andere Hans Igler en Kerschbaum.
* Leithaberg DAC: Aan de westelijke oever van de Neusiedlersee, op de hellingen van het Leithagebergte, vinden we bodems van kalksteen en leisteen. Dit terroir levert elegantie, mineraliteit en een fijnere structuur op. De wijnen zijn vaak complexer, met een frissere zuurgraad en tonen van kersen, bloemen en een ziltige mineraliteit. Producenten zoals Prieler en Kollwentz zijn hier toonaangevend.
* Neusiedlersee DAC: Rond de oostelijke oever van de Neusiedlersee, met zijn warmere, vlakke terroir, produceert men rijpere, vollere Blaufränkisch-wijnen, soms met een rijkere fruitexpressie en een zachtere tannine. Ernst Triebaumer en Gager zijn bekende namen.
* Eisenberg DAC: Gelegen in het zuidelijkste deel van Burgenland, aan de grens met Hongarije, kenmerkt Eisenberg zich door ijzerrijke leembodems. Deze geven de wijnen een zeer specifieke minerale, bijna zoutige toets, gecombineerd met strakke zuren en een robuuste structuur. De Blaufränkisch van Eisenberg staat bekend om zijn levendigheid en het vermogen om prachtig te rijpen. Producenten als Uwe Schiefer en Wachter-Wiesler zijn hier ambassadeurs.
* Niederösterreich: Hoewel minder prominent dan Burgenland, produceert ook Niederösterreich interessante Blaufränkisch-wijnen, met name in de regio Carnuntum. Hier, met invloeden van de Donau en warmer klimaat, zijn de wijnen vaak wat rijper en ronder, maar behouden ze hun kenmerkende kruidigheid en structuur.
Hongarije (Kékfrankos)
In Hongarije, waar het bekend staat als Kékfrankos, is het de meest aangeplante blauwe druivensoort en vormt het de ruggengraat van vele rode wijnen.
* Sopron: Gelegen aan de grens met Oostenrijk (Burgenland), produceert Sopron Kékfrankos-wijnen die qua stijl vaak overeenkomen met die van Mittelburgenland: krachtig, kruidig en met een goede structuur.
* Eger: In het noordoosten van Hongarije is Kékfrankos een essentieel onderdeel van de beroemde Egri Bikavér (Stierenbloed) blend, maar wordt ook steeds vaker als single varietal aangeboden. De wijnen zijn hier vaak robuust en aardser.
* Szekszárd & Villány: In het zuiden van Hongarije, waar het klimaat warmer is, levert Kékfrankos vollere, rijpere wijnen op, vaak met een rijkere fruitexpressie en meer alcohol, maar nog steeds met de kenmerkende zuren.
Duitsland (Lemberger)
In Duitsland staat de druif bekend als Lemberger en is Württemberg de belangrijkste aanplantplaats.
* Württemberg: Hier wordt Lemberger zowel als lichte, fruitige rode wijn geproduceerd, soms in blends met lokale rassen zoals Trollinger of Spätburgunder (Pinot Noir), als in serieuze, eikengerijpte versies die qua stijl doen denken aan de Oostenrijkse Blaufränkisch. De wijnen variëren van elegant en fruitig tot krachtig en complex, met tonen van zwarte bes, kers en een vleugje kruidigheid. Producenten zoals Dautel en Schnaitmann laten de potentie van Lemberger zien.
Nieuwe Wereld
Hoewel de Nieuwe Wereld nog in de kinderschoenen staat met Blaufränkisch, zijn er veelbelovende experimenten.
* Verenigde Staten: In regio’s zoals de Finger Lakes in New York, Washington State en Virginia wordt Blaufränkisch aangeplant. Wijnmakers experimenteren hier met stijlen die variëren van lichte, fruitige wijnen tot meer gestructureerde, eikengerijpte expressies, vaak met een focus op de kenmerkende frisheid en kruidigheid van de druif.
* Australië: Kleine aanplantingen in koelere klimaten van Australië tonen ook potentieel, waar het vaak wordt gepositioneerd als een ‘alternatieve variëteit’ voor liefhebbers van Europese stijlen.
Vinificatie & Wijnstijlen
De veelzijdigheid van Blaufränkisch komt duidelijk tot uiting in de diverse vinificatiemethoden en resulterende wijnstijlen. Wijnmakers kunnen de druif manipuleren om een breed scala aan expressies te creëren, van frisse, fruitige wijnen tot diepe, complexe bewaarwijnen.
Wijnstijlen:
Blaufränkisch kan wijnen voortbrengen die variëren van:
* Lichte en fruitige rode wijnen: Deze stijlen worden vaak geproduceerd met minimale eikeninvloed, gericht op het behouden van het primaire fruit (kers, bes) en de levendige zuurgraad. Ze zijn bedoeld om jong te drinken en kunnen soms licht gekoeld geserveerd worden.
* Rosé: Hoewel minder gebruikelijk, worden er ook frisse, fruitige roséwijnen van Blaufränkisch gemaakt, met aroma’s van rode bessen en een pittige frisheid.
* Middelzware en complexe rode wijnen: Dit is de meest voorkomende stijl, waarbij de wijn een balans vindt tussen fruit, kruidigheid (peper), mineraliteit en een gestructureerde tannine. Deze wijnen zien vaak een periode van rijping op groot houten vat of oudere barriques.
* Krachtige en bewaarwijnen: Top-Blaufränkisch-wijnen, vaak afkomstig van specifieke terroirs en oudere wijnstokken, worden gevinifieerd voor maximale extractie en rijpen langdurig op klein eikenhout (barriques). Deze wijnen zijn rijk, geconcentreerd, met diepe fruitlagen, complexe tertiaire aroma’s en een aanzienlijk rijpingspotentieel.
Blend vs. Single Varietal:
Blaufränkisch excelleert vaak als single varietal wijn, waarbij het ras zijn unieke karakter puur kan uitdrukken. Dit is met name het geval in Oostenrijk en Duitsland. In Hongarije is Kékfrankos echter ook een cruciaal onderdeel van blends, zoals de beroemde Egri Bikavér (Stierenbloed), waar het vaak wordt gecombineerd met Kadarka, Merlot en andere lokale variëteiten om complexiteit en structuur toe te voegen. In Oostenrijk wordt het soms geblend met Zweigelt of St. Laurent om een zachtere, fruitigere stijl te creëren, maar de trend is steeds meer naar pure Blaufränkisch.
Eiken vs. Staal:
De keuze tussen eikenhout en roestvrij staal (of grote, neutrale houten vaten) is bepalend voor de uiteindelijke stijl van de Blaufränkisch-wijn:
* Roestvrij staal of grote, neutrale houten vaten: Deze methoden worden gebruikt om het primaire fruitkarakter, de kruidigheid en de levendige zuurgraad van de druif te behouden. De wijnen zijn vaak frisser, directer en meer terroir-gedreven. Ze zijn ideaal voor lichtere stijlen die jong gedronken moeten worden.
* Klein eikenhout (barriques): Voor de productie van complexere, gestructureerde wijnen die bedoeld zijn om te rijpen, wordt Blaufränkisch vaak gerijpt op barriques (225 liter vaten), soms nieuw, soms gebruikt. Dit voegt secundaire aroma’s toe zoals vanille, toast, kruidnagel en cederhout, en verzacht de tannines, waardoor de wijn ronder en toegankelijker wordt. De kunst is om het eikenhout zo te gebruiken dat het de delicate fruit- en pepertonen van Blaufränkisch niet overschaduwt, maar juist aanvult en verdiept. Veel topwijnmakers gebruiken een combinatie van nieuw en gebruikt eikenhout, of grotere vaten om een subtiele eikeninvloed te bewerkstelligen.
De lange maceratieperiodes (contact met de schillen) zijn gebruikelijk om kleur, tannine en aroma-extractie te maximaliseren, vooral voor wijnen met rijpingspotentieel. Natuurlijke gisten en minimale interventie in de kelder zijn ook trends die bijdragen aan de expressie van terroir en de authenticiteit van de Blaufränkisch-wijnen.
Spijs & Wijn
De levendige zuurgraad, medium tannine en complexe kruidigheid van Blaufränkisch maken het een uitstekende partner aan tafel. De wijn kan zowel lichtere als rijkere gerechten aan, afhankelijk van zijn stijl en rijpheid.
Food pairing:
Blaufränkisch is bijzonder geschikt voor gerechten met een zekere rijkdom en aardse tonen, die harmoniëren met de kruidige en fruitige nuances van de wijn.
* Wildgerechten: De wijn past uitstekend bij diverse wildgerechten. Denk aan hertenbiefstuk met bosbessensaus, everzwijnstoofpot of fazant met paddenstoelen. De zuren van de wijn snijden door het rijke vlees heen en de aardse tonen sluiten perfect aan bij de wildsmaken.
* Eend: Geroosterde eendeborst met kersen- of pruimensaus is een klassieke combinatie. De fruitigheid van de saus en het vet van de eend worden prachtig gebalanceerd door de fruitigheid en zuren van de Blaufränkisch.
* Champignonrisotto: Voor vegetarische opties is een romige champignonrisotto of een gerecht met wilde paddenstoelen een fantastische keuze. De aardse, umami-rijke smaken van de paddenstoelen vinden een perfecte match in de kruidigheid en mineraliteit van de wijn.
* Gegrild lamsvlees: De robuuste smaak van gegrild lamsvlees, vooral met kruiden zoals rozemarijn en tijm, wordt mooi aangevuld door de structuur en kruidigheid van de Blaufränkisch.
* Stoofschotels: Winterse stoofschotels met rundvlees of varkensvlees, vaak bereid met rode wijn en aardse groenten, zijn ook een heerlijke combinatie.
* Gerookt vlees & charcuterie: Lichtere stijlen van Blaufränkisch, vooral die met een prominente peperige toets, passen goed bij gerookte ham, salami en andere charcuterie.
* Harde kazen: Oudere, harde kazen zoals pecorino, oude Goudse kaas of een gerijpte bergkaas kunnen ook goed samengaan met de complexiteit van een gerijpte Blaufränkisch.
Serveertemperatuur:
De ideale serveertemperatuur voor Blaufränkisch ligt tussen 15-17°C. Bij deze temperatuur komen de complexe aroma’s van fruit, kruiden en mineralen het best tot hun recht, terwijl de levendige zuurgraad en structuur behouden blijven. Te koud geserveerd, zullen de aroma’s zich sluiten en kunnen de tannines harder aanvoelen. Te warm geserveerd, kan de wijn log aanvoelen en kan de alcohol te prominent worden.
Welk glas?
Een ruim bourgogneglas of een universeel rood wijnglas met een brede kelk is ideaal voor Blaufränkisch. De brede opening zorgt ervoor dat de wijn voldoende kan ademen en dat de complexe aroma’s zich goed kunnen ontwikkelen en concentreren, wat de proefervaring verrijkt.









